Die woorden hadden eerst geen betekenis.
Ze waren niet alleen verrassend.
Ze waren ontwrichtend.
Alsof je een vertrouwde stem iets totaal onmogelijks hoort zeggen.
Ik keek instinctief op, alsof iemand het zou uitleggen.
Zijn baas zei niets.
Hij keek me alleen aandachtig aan.
En die stilte maakte alles erger.
Plots voelde alles wat ik dacht te weten over Liam instabiel.
Het ongeluk.
De timing.
Het dossier.
De waarschuwing.
Mijn gedachten begonnen te doen wat verdriet altijd ingewikkeld maakt: zoeken naar patronen die misschien niet bestaan.
Maar één ding was zeker:
Liam geloofde dat er iets mis was.
En hij had zich erop voorbereid.