Elizabeth Barrett Browning: Het verhaal van een gewonnen vrijheid
De eerste ontmoeting
Robert komt Elizabeths kamer binnen. Hij is verrast. Hij is verbluft. Hij is verliefd.
Elizabeth kijkt hem aan. Hij is niet lang. Hij is niet knap in de gebruikelijke zin van het woord. Maar zijn ogen – ze zijn vol leven. Vol vuur.
Ze praten urenlang. Over poëzie, over familie, over dromen. Robert zegt dat hij haar mee wil nemen. Naar Italië. Naar de zon. Ver weg van de duisternis.
Elizabeth lacht. Ze zegt: “Dat is onmogelijk. Ik ben ziek. Mijn vader zal het nooit goedkeuren.”
Robert antwoordt: “Vraag het hem niet. Ga gewoon.”
Elizabeth blijft stil.
Een huwelijksaanzoek
Robert vraagt Elizabeth ten huwelijk. Ze zegt nee.
Niet omdat ze niet van hem houdt. Maar omdat ze bang is.
Ze is bang voor haar vader. Bang voor de ziekte. Bang dat Robert haar in de steek zal laten als hij ziet hoe haar leven er echt uitziet.
Maar de brieven bleven komen. En hun liefde groeide.
Uiteindelijk zei Elizabeth ja.
Ze beraamden een ontsnapping. In het geheim.
Een clandestien huwelijk
Op 12 september 1846 verliet Elizabeth Barrett het huis aan Wimpole Street. Ze deed alsof ze een wandeling ging maken.
Ze ging naar de St. Marylebone Church. Daar trouwde ze, in het bijzijn van twee getuigen, met Robert Browning.
Daarna keerde ze terug naar huis.
Ze schoof aan bij haar familie voor het avondeten. Ze deed alsof er niets gebeurd was. Een hele week lang woonde ze in het huis van haar vader als een in het geheim getrouwde vrouw.
Ze vertelde het aan niemand. Zelfs niet aan haar zussen.
Toen, op een dag, vertrok ze. Ze nam een paar spullen mee, haar geliefde spaniël Flush en Roberts hand. Ze staken het Kanaal over. Ze gingen zuidwaarts. Naar Frankrijk. Daarna naar Italië.
Haar vader kwam erachter. Hij was woedend. Hij onterfde Elizabeth. Hij stuurde al haar brieven terug – ongeopend. Hij zou haar naam nooit meer uitspreken.
Elizabeth zou niet terugkeren.