Charlotte Besijn was jarenlang een bekend gezicht op de Nederlandse televisie. Veel mensen kennen haar vooral door haar rol in Goede Tijden, Slechte Tijden. Daar speelde ze meer dan tien jaar een vaste rol in het leven van de inwoners van Meerdijk. Toch ziet haar leven er inmiddels heel anders uit. De voormalige actrice heeft namelijk gekozen voor een nieuw avontuur, ver weg van de televisiestudio.
Waar ze vroeger dagelijks op de set stond, trekt ze nu een heel ander uniform aan. Charlotte heeft de wereld van televisie ingeruild voor een baan in de luchtvaart. Ze is officieel aan de slag gegaan als cabin attendant bij KLM. Daarmee laat ze zien dat het nooit te laat is om een nieuwe richting te kiezen.
Bekend door Goede Tijden, Slechte Tijden
Van 1999 tot 2010 speelde Charlotte Besijn de rol van Barbara Fischer in Goede Tijden, Slechte Tijden. Voor veel kijkers werd ze daardoor een vertrouwd gezicht. Barbara was de moeder van Charlie, gespeeld door Aukje van Ginneken. Ook was ze de moeder van Morris, een rol van Joris Putman.
In de serie maakte Barbara van alles mee. Haar leven in Meerdijk was zelden rustig. Ze kreeg te maken met ingewikkelde liefdes, familieproblemen en grote veranderingen. Juist daardoor bleef haar personage interessant voor kijkers. Barbara was niet zomaar een bijrol, maar iemand met veel verhaallijnen.
Ook haar liefdesleven kreeg veel aandacht in de soap. Ze was onder meer getrouwd met Ludo Sanders en Robert Alberts. Dat zorgde voor drama, spanning en herkenbare soapmomenten. Kijkers leefden jarenlang met haar mee. Daardoor kreeg Charlotte een vaste plek in de herinnering van veel GTST-fans.
Na ruim tien jaar besloot Charlotte de soap te verlaten. Dat was een grote stap, want ze hoorde inmiddels helemaal bij de serie. Toch koos ze ervoor om verder te kijken. Ze wilde niet alleen voor de camera blijven werken. Na haar vertrek ging ze achter de schermen aan de slag.
Verder achter de schermen
Na haar tijd bij GTST bleef Charlotte actief in de televisiewereld. Ze werkte onder meer als drama-coach en spelregisseur. Daarmee gebruikte ze haar ervaring op een andere manier. Ze hielp acteurs bij hun spel en dacht mee over scènes. Zo bleef ze verbonden met het vak, maar niet meer als vast gezicht op beeld.