In de nacht van 13 november 1985 dompelde de brute uitbarsting van de Nevado del Ruiz het Colombiaanse stadje Armero onder in een nachtmerrie van modder en stilte. Onder de duizenden slachtoffers werd de 13-jarige Omayra Sánchez, voor een paar uur, het gezicht van een tragedie die voorkomen had kunnen worden. Haar verhaal, vereeuwigd door een Franse fotograaf, daagt ons tot op de dag van vandaag uit om nalatigheid en onachtzaamheid te begrijpen.
13 november 1985 zal voor altijd een zwarte dag blijven voor Colombia. Terwijl het kleine stadje Armero sliep, verbrak een doffe dreun de stilte van de nacht. De Nevado del Ruiz, een vulkaan die 69 jaar lang inactief was geweest, was net ontwaakt. Het waren echter geen lavastromen die de ramp veroorzaakten, maar een verwoestende modderstroom die met een verbazingwekkende snelheid van de berghelling naar beneden stortte. Duizenden inwoners, overvallen door hun slaap, werden bedolven onder een massa puin en aarde. Onder hen was Omayra Sánchez, een 13-jarig meisje, wier wanhopige strijd het symbool zou worden van een voorspelde ramp.